toelatingsproef geneeskunde, meerkeuzevragen

Wat moet je kennen

Hieronder vind je een overzicht van de vorm en de inhoud van het Toelatingsexamen voor geneeskunde of tandheelkunde. 

Het examen bestaat uit een voormiddag- en namiddaggedeelte. Alle vragen zijn meerkeuzevragen met telkens vier antwoordmogelijkheden

Er wordt giscorrectie toegepast, je krijgt 3 punten voor een juist antwoord en je wordt bestraft met -1 punt voor een foutief antwoord. Als je de vraag open laat krijg je uiteraard geen punt (ook geen strafpunt).

Net als vorig jaar zal het toelatingsexamen opnieuw digitaal verlopen. Hier vind je alle info m.b.t. het digitale examen. Ook kan je via het demo-examen al even een kijkje nemen hoe dit in z'n werk gaat. 

Deel Kennis en inzicht in de Wetenschappen - KIW (10u00 - 13u00)

40 vragen testen je kennis en inzicht in biologie, chemie, fysica en wiskunde (10 vragen per vak). 

Tips:

  • Voor dit deel heb je drie uur tijd, wat neerkomt op gemiddeld 4,5 minuten per vraag. Los in een eerste ronde alle vragen op waarvan je het antwoord snel denkt te vinden. De moeilijke vragen die meer reken- of denktijd vergen houd je voor de tweede (en derde) ronde.
  • Om aan deze tijdsdruk te wennen maak je best een volledige examenreeks (van de jaren 2015-2020) terwijl je jezelf chronometreert.

Deel Generieke Competenties - GC (14u30 - 16u00)

Deel A: Conflicthantering, Luistervaardigheid, Empathie, Aandacht, Reflectie en Respect (CLEAR): 

In dit deel worden je communicatieve competenties getoetst. Je inlevingsvermogen wordt getest aan de hand van 15 casussen (één tot enkele zinnen lang) die handelen over situaties waarmee een adolescent in aanraking kan komen. Tussen 4 antwoordmogelijkheden dien jij de juiste reactie te kiezen naar gelang de vraagstelling (beste reactie, minst gepaste reactie,...).

De “arts-patiënt gesprek”-vragen die vroeger onderdeel uitmaakten van dit gedeelte worden dus niet langer gesteld. De vragen m.b.t. dit deel werden tot vorig jaar niet vrijgegeven. De vragen van het toelatingsexamen 2020 werden wel vrijgegeven en vind je hier

Tip:

  • Lees de vraagstelling aandachtig. Er wordt niet altijd naar de meest gepaste reactie gevraagd. Vb.: “Hoe ga je het best mee in de niet-realistische gedachten van deze persoon?”

Deel B: Verbinden, Analyseren, Redeneren, Integreren (VAARDIG): 

In dit deel krijg je een leestekst, mogelijk met bijhorende grafieken/tabellen. Je dient 25 vragen te beantwoorden over deze tekst en eventuele grafieken of tabellen. Ook van dit deel vind je voorbeeldvragen hier terug.

Tips:

  • Werp een vlugge blik op de vragen. Lees vervolgens de tekst volledig door. Onderlijn enkele sleutelwoorden.
  • Vaak moet je info die verspreid staat over de tekst combineren en nieuwe verbanden leggen.
  • Sommige vragen vergen minder tijd dan andere. Soms kan je het antwoord rechtstreeks aflezen uit een grafiek of tabel. Verdeel je tijd dus goed over de vragen!

Algemene info vind je terug op de website van AHOVOKS (het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen).