toelatingsproef geneeskunde, meerkeuzevragen

Wat moet je kennen

Hieronder vind je een overzicht van de vorm en de inhoud van het Toelatingsexamen voor geneeskunde of tandheelkunde. 

Meerkeuzevragen en giscorrectie

Het examen bestaat uit een voormiddag- en namiddaggedeelte. Alle vragen zijn meerkeuzevragen met telkens vier antwoordmogelijkheden.  Je krijgt een werkbundel met alle examenvragen en een antwoordblad. Op dit laatste dien je de correcte oplossing aan te duiden, door het inkleuren van een bolletje. 

Er wordt giscorrectie toegepast, je krijgt 3 punten voor een juist antwoord en je wordt bestraft met -1 punt voor een foutief antwoord. Als je de vraag open laat krijg je uiteraard geen punt (ook geen strafpunt).

Deel Kennis en inzicht in de Wetenschappen - KIW (10u00 - 13u00)

40 vragen testen je kennis en inzicht in biologie, chemie, fysica en wiskunde (10 vragen per vak). 

Tips:

  • Voor dit deel heb je drie uur tijd, wat neerkomt op gemiddeld 4,5 minuten per vraag. Los in een eerste ronde alle vragen op waarvan je het antwoord snel denkt te vinden. De moeilijke vragen die meer reken- of denktijd vergen houd je voor de tweede (en derde) ronde.

  • Om aan deze tijdsdruk te wennen maak je best een volledige examenreeks (van de jaren 2015-2018) terwijl je jezelf chronometreert.

Deel Generieke Competenties - GC (14u30 - 16u00)

Deel A: Conflicthantering, Luistervaardigheid, Empathie, Aandacht, Reflectie en Respect (CLEAR): 

In dit deel worden je communicatieve competenties getoetst. Je inlevingsvermogen wordt getest aan de hand van 15 casussen (één tot enkele zinnen lang) die handelen over situaties waarmee een adolescent in aanraking kan komen. Tussen 4 antwoordmogelijkheden dien jij de juiste reactie te kiezen naar gelang de vraagstelling (beste reactie, minst gepaste reactie,...).

De “arts-patiënt gesprek”-vragen die vroeger onderdeel uitmaakten van dit gedeelte worden dus niet langer gesteld. De vragen van de afgelopen jaren worden ook niet vrijgegeven. De enige voorbeeldvragen die ter beschikking worden gesteld vind je hier.

Tip:

  • Lees de vraagstelling aandachtig. Er wordt niet altijd naar de meest gepaste reactie gevraagd. Vb.: “Hoe ga je het best mee in de niet-realistische gedachten van deze persoon?”

Deel B: Verbinden, Analyseren, Redeneren, Integreren (VAARDIG): 

In dit deel krijg je enkele leesteksten, mogelijk met bijhorende grafieken/tabellen.

  • Deel B1: aan de hand van de teksten dien je 15 vragen (5 per tekst in 2018) op te lossen.
  • Deel B2: hier dien je nu 10 vragen op te lossen, ditmaal zonder te beschikken over de teksten. Enkele grafieken/tabellen krijg je wel nog ter beschikking.

Tips:

  • Werp een vlugge blik op de vragen. Lees vervolgens de tekst volledig door. Onderlijn enkele sleutelwoorden.
  • Vaak moet je info die verspreid staat over de tekst combineren en nieuwe verbanden leggen.
  • Sommige vragen vergen minder tijd dan andere. Soms kan je het antwoord rechtstreeks aflezen uit een grafiek of tabel. Verdeel je tijd dus goed over de vragen!

Algemene info vind je terug op de website van AHOVOKS (het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen).